Dit hoorcollege gaat over de basis van neuromarketing en laat zien hoe groot de invloed is van ons onbewuste brein. De belangrijkste boodschap is dat mensen vaak zeggen dat ze ergens goed over nadenken, maar dat beslissingen meestal op gevoel worden genomen. Pas achteraf bedenken we daar een logische uitleg bij. Neuromarketing speelt hierop in door communicatie en ontwerp zo te maken dat gewenst gedrag makkelijker wordt.
De docent legt het brein uit met twee denk-systemen van Daniel Kahneman, genoemd Ernie en Bert.
Ernie is het snelle en emotionele brein. Dit systeem reageert op beelden, kleuren en eenvoud en wil zo min mogelijk moeite doen.
Bert is het langzame, rationele brein dat actief wordt bij nadenken. Omdat dit energie kost, proberen mensen dit vaak te vermijden.
Goede marketing richt zich daarom vooral op Ernie. Te veel tekst of uitleg zorgt ervoor dat Bert moet werken, waardoor mensen sneller afhaken.
Het college bespreekt ook psychologische trucs, zoals sociale bewijskracht. Mensen voelen zich zekerder als ze zien dat anderen een product al gebruiken, bijvoorbeeld via reviews of “bestseller”-labels. Ook schaarste werkt goed: iets dat tijdelijk beschikbaar is, voelt waardevoller.
Verder gaat het over beeldgebruik, kleur, prijs en taal. Beelden worden sneller verwerkt dan tekst, kleuren roepen gevoelens op en woorden zoals “omdat” maken mensen sneller overtuigd.
De conclusie is dat neuromarketing draait om eenvoud, minder moeite en minder twijfel. Door goed te testen en slim te ontwerpen, kun je gedrag positief sturen zonder te manipuleren.

Dit hoorcollege gaat over WordPress en waarom dit zo’n populair systeem is om websites mee te maken, vooral voor mensen die niet kunnen programmeren. WordPress is een Content Management Systeem (CMS). Dat betekent dat je zelf eenvoudig teksten, afbeeldingen en pagina’s kunt aanpassen, zonder technische kennis.
WordPress wordt wereldwijd veel gebruikt: ongeveer de helft van alle websites draait erop. Er bestaan ook andere systemen zoals Wix, Shopify en Squarespace, maar WordPress is het populairst omdat je er heel veel kanten mee op kunt.
Er zijn twee soorten WordPress. WordPress.com is gratis en simpel, maar je hebt minder vrijheid. Updates en beveiliging worden automatisch geregeld. WordPress.org geeft je veel meer mogelijkheden, maar je moet zelf zorgen voor hosting en een domeinnaam.
Een website begint altijd met een thema. Dat bepaalt hoe je site eruitziet. Het is slim om meteen een goed thema te kiezen, want later wisselen kost veel extra werk.
Als je een website maakt voor een klant, start je met een goed gesprek. Je bespreekt het doel, de functies, het budget en de inhoud. Daarna bouw je de site op met vaste pagina’s zoals home, over ons en diensten.
Met plugins voeg je extra functies toe, zoals formulieren, beveiliging en betalingen. Beveiliging is erg belangrijk: denk aan SSL, updates en backups. Tot slot is gebruiksvriendelijkheid belangrijk, zodat zowel bezoekers als de klant makkelijk met de website kunnen werken.
Dit hoorcollege gaat over het STDC-model, een manier om content, kanalen en doelen te koppelen aan de customer journey. Het model laat zien dat marketing niet alleen draait om verkopen, maar vooral om het opbouwen van interesse, vertrouwen en uiteindelijk loyaliteit.
In de See-fase draait alles om zichtbaarheid. De doelgroep is nog niet bezig met kopen, dus de content is vooral inspirerend en leuk. Denk aan blogs, social posts of video’s die aansluiten bij de interesses van mensen, zonder producten te pushen. Het doel is merkbekendheid.
In de Think-fase ontstaat er een behoefte. Mensen gaan nadenken over een mogelijke aankoop. De content wordt informatiever, zoals inspiratiepagina’s, trends of vergelijkingen. Producten mogen genoemd worden, maar het advies staat centraal. Het doel is om voorkeur op te bouwen.
De Do-fase is het moment van actie. Hier wil de gebruiker kopen. Content is praktisch en duidelijk, zoals productpagina’s met prijzen, foto’s, specificaties en betaalopties. Alles is gericht op conversie.
In de Care-fase richt je je op bestaande klanten. Denk aan onderhoudstips, herhaalaankopen en persoonlijke aanbiedingen. Het doel is klanttevredenheid en loyaliteit.
Belangrijk is dat de doelgroep hetzelfde blijft, maar de intentie verandert per fase. Het STDC-model helpt om marketing overzichtelijk te plannen. In de praktijk lopen fases soms door elkaar, maar het model vormt een sterke basis voor een goed marketingadvies.
Deze is helaas door ziekte niet doorgegaan.
In dit gastcollege ging het vooral over hoe je podcasting kunt gebruiken binnen marketing, en dan vooral in een B2B-context. Het begon met het verhaal van Jerrel zelf, die eerst een podcast maakte over piratenzenders, maar later de switch maakte naar een zakelijke podcast over marketing. Wat daarbij opviel is dat het hem niet per se direct geld opleverde, maar wel heel veel andere kansen, zoals netwerk, zichtbaarheid en opdrachten.
Een belangrijk concept dat terugkwam is thought leadership (of zoals hij het zelf simpeler noemt: “niche famous” worden). Het idee is dat je niet voor iedereen bekend hoeft te zijn, maar juist binnen een specifieke doelgroep. Door content te maken, bijvoorbeeld via podcasts, kun je jezelf neerzetten als expert en vertrouwen opbouwen. Dat is belangrijk, omdat mensen sneller zaken doen met mensen die ze kennen, leuk vinden en vertrouwen.
Daarnaast werd uitgelegd dat podcasting tegenwoordig veel meer is dan alleen audio. Het is eigenlijk het startpunt van allerlei content, zoals video’s, LinkedIn-posts en artikelen. Je haalt dus uit één gesprek heel veel verschillende content.
Ook kwam naar voren dat marketing steeds meer draait om mensen in plaats van bedrijven, en dat je doelgroep liever content direct op platforms ziet zonder door te klikken naar een website.
De belangrijkste takeaway is eigenlijk: begin gewoon. Je hoeft het niet perfect te doen, maar door te starten en consistent content te maken kun je op lange termijn veel bereiken.
In dit college werd vooral de basis van SEO uitgelegd en hoe je data kunt analyseren met tools zoals Google Search Console. Eerst werd kort uitgelegd wat SEO precies is: het optimaliseren van je website om meer relevante bezoekers via niet-betaalde zoekresultaten binnen te halen. Het gaat daarbij niet alleen om hoge rankings, maar vooral om relevant verkeer.
SEO bestaat uit drie belangrijke pijlers: techniek, content en linkbuilding. Techniek zorgt ervoor dat je website goed vindbaar en crawlbaar is voor Google. Content is belangrijk omdat je daarmee inspeelt op wat mensen zoeken. Linkbuilding heeft te maken met autoriteit: hoe betrouwbaarder je website lijkt door externe links, hoe beter je kan ranken.
Ook werd uitgelegd hoe Google werkt: pagina’s worden gecrawld, geïndexeerd en vervolgens gerankt. Google kijkt naar heel veel factoren (meer dan 200) en het algoritme verandert continu. De focus ligt steeds meer op kwalitatieve content en gebruiksvriendelijkheid.
Daarna ging het over analyses, vooral met Google Search Console. Hiermee kun je zien op welke zoekwoorden je gevonden wordt, hoeveel mensen doorklikken en of pagina’s goed geïndexeerd worden. Je leert ook problemen herkennen, zoals drops in verkeer, verkeerde zoekintentie of technische fouten.
De belangrijkste takeaway is dat je altijd vanuit de gebruiker moet denken en niet alleen voor Google moet optimaliseren.
In dit college ging het over contentmarketing en hoe je blogs kunt gebruiken om thought leadership op te bouwen. Thought leadership betekent dat je gezien wordt als expert in jouw vakgebied. Het gaat er dus niet alleen om dat je veel kennis hebt, maar vooral dat anderen jou ook als expert zien.
Blogs spelen hierin een belangrijke rol, omdat je daarin echt de diepte in kunt gaan en je kennis kunt delen. Het verschil tussen een ‘normale’ blog en een thought leader blog werd ook duidelijk uitgelegd. Veel blogs zijn oppervlakkig, herhalen informatie en zijn vaak te commercieel. Een goede thought leader blog geeft juist nieuwe inzichten, helpt mensen echt verder en is gebaseerd op eigen kennis en ervaring.
Ook werd uitgelegd hoe je zo’n sterke blog maakt. Het belangrijkste is dat je niet alleen vanuit marketing schrijft, maar juist interne experts betrekt, zoals sales, specialisten en management. Zij hebben de echte kennis en weten wat er speelt bij klanten.
Daarnaast is het belangrijk om je doelgroep goed te begrijpen. Dus weten wie je aanspreekt, welke problemen die persoon heeft en waar die behoefte aan heeft. Op basis daarvan kun je relevante en waardevolle content maken.
De belangrijkste takeaway is dat goede blogs niet draaien om verkopen, maar om waarde bieden en laten zien dat jij de expert bent.
In dit college kregen we een introductie in Google Analytics 4 (GA4) en wat je er eigenlijk mee kunt. Het gaat er vooral om dat je niet alleen naar cijfers kijkt, maar ook snapt wat erachter zit. Dus wie er op je website komt, wat ze doen en waar ze eventueel afhaken. Op basis daarvan kun je dan weer dingen gaan verbeteren, bijvoorbeeld als mensen wel op een formulier klikken maar hem niet invullen.
Ook werd het verschil uitgelegd tussen dimensies en statistieken. Dimensies zijn meer de ‘beschrijvende’ dingen, zoals leeftijd, apparaat of waar iemand vandaan komt. Statistieken zijn juist de cijfers, zoals hoeveel sessies of conversies je hebt. Daarnaast heb je ook nog verschil tussen gebruikers, sessies en weergaven, wat belangrijk is om goed te begrijpen.
Verder heb je verschillende soorten rapporten in GA4. De standaardrapporten gebruik je vooral om snel te checken wat er gebeurt op je site. De verkenningsrapporten zijn juist om dieper in de data te duiken en zelf analyses te maken.
Uiteindelijk draait het er vooral om dat je inzichten krijgt uit de data, zodat je betere keuzes kunt maken voor een website of campagne.
In dit college ging het over UX en usability en hoe je een website zo goed mogelijk laat aansluiten op de gebruiker. Het verschil tussen die twee werd ook duidelijk uitgelegd. Usability gaat vooral over hoe makkelijk een website te gebruiken is, terwijl UX breder is en ook kijkt naar de hele ervaring, zoals design, taalgebruik en functionaliteit.
Wat ik vooral heb geleerd, is dat je niet moet uitgaan van wat jij zelf logisch vindt, maar dat je echt moet kijken naar het gedrag van bezoekers. Dus wat doen mensen op je website en waarom doen ze dat? Daarvoor kun je tools gebruiken zoals Hotjar, Mouseflow of Microsoft Clarity. Daarmee kun je bijvoorbeeld klikgedrag analyseren en zien waar mensen afhaken.
Ook kwam naar voren dat een goede waardepropositie heel belangrijk is. Bezoekers moeten meteen snappen wat je aanbiedt, waarom ze juist bij jou moeten zijn en of ze je kunnen vertrouwen. Daarnaast moet een website technisch goed werken op alle apparaten en makkelijk te navigeren zijn.
Het werk van een UX-specialist bestaat vooral uit analyseren, verbeteren en blijven testen. Dus eerst data verzamelen, daarna aanpassingen doen en vervolgens opnieuw kijken wat het effect is.
Ik vond het college duidelijk en interessant, vooral omdat het laat zien hoe belangrijk het is om echt vanuit de gebruiker te denken in plaats van vanuit jezelf.
In dit college ging het vooral over demand generation en hoe je AI kunt gebruiken bij contentmarketing. Demand generation betekent eigenlijk dat je niet actief achter klanten aan gaat (zoals koude acquisitie), maar dat je kennis deelt zodat klanten vanzelf naar jou toe komen. Het idee is dat je mensen eerst bewust maakt van een probleem of behoefte die ze nog niet hadden, bijvoorbeeld via LinkedIn. Daardoor kom je al eerder in beeld voordat iemand überhaupt gaat zoeken.
Er werd ook uitgelegd dat traditionele lead generation met formulieren en downloads minder goed werkt, omdat veel mensen afhaken. Bij demand generation deel je juist alles open en gratis, waardoor je meer vertrouwen opbouwt en betere gesprekken krijgt met potentiële klanten.
Daarnaast ging het over de rol van AI in contentcreatie. AI kan veel werk overnemen, maar je moet het niet blind gebruiken. Content moet nog steeds vanuit echte mensen komen, met echte kennis en ervaring. Anders wordt het niet goed opgepikt door Google of chatbots. Het draait dus meer om personal branding en expertise.
Ook kwam naar voren dat marketing steeds meer draait om mensen in plaats van bedrijven. Mensen volgen eerder personen dan merken, zeker in B2B.
De belangrijkste takeaway is dat je AI slim moet gebruiken als hulpmiddel, maar dat echte kennis, persoonlijkheid en waardevolle content nog steeds het verschil maken.
In dit college ging het over e-mailmarketing en waarom dit nog steeds een belangrijk kanaal is. Het grootste voordeel is dat bijna iedereen een e-mailadres heeft en dat je met e-mail direct contact hebt met je doelgroep. Daarnaast is het een kanaal met een hoge ROI: voor elke euro die je erin stopt, kan je vaak veel meer terugverdienen.
Wat ook belangrijk is, is dat e-mailmarketing heel goed te personaliseren is. Je kunt mails aanpassen op basis van data, zoals interesses, gedrag of bijvoorbeeld aankopen. Daardoor worden mails relevanter en is de kans groter dat mensen ze openen en erop klikken.
Er werd ook uitgelegd hoe je e-mailmarketing opbouwt. Je begint met de basis: een goede database, een duidelijk template en eerste nieuwsbrieven. Daarna ga je verder met personalisatie en automatisering, zoals welkomstmails, verjaardagscampagnes of verlaten winkelwagen-mails. Uiteindelijk kun je zelfs geavanceerde campagnes maken die inspelen op externe factoren, zoals het weer.
Daarnaast is het belangrijk om je database schoon te houden en alleen mensen te mailen die toestemming hebben gegeven (opt-in). Ook moet uitschrijven makkelijk zijn en moet je geen spammy content sturen, omdat dit je reputatie schaadt.
De belangrijkste takeaway is dat e-mailmarketing vooral draait om relevante, gepersonaliseerde communicatie en dat je het slim kunt automatiseren voor betere resultaten.
In dit college ging het vooral over SEO in de praktijk en hoe je dat toepast op een echte website. Eerst werd kort uitgelegd wat SEO is: zorgen dat je website hoger in Google komt door goede content, techniek en autoriteit. Content is daarin het belangrijkste, omdat je daarmee inspeelt op waar mensen naar zoeken.
Daarna werd uitgelegd hoe je SEO echt aanpakt. Het begint met een zoekwoordenonderzoek: je kijkt waar je doelgroep op zoekt en welke zoekwoorden belangrijk zijn voor jouw pagina’s. Vervolgens koppel je die zoekwoorden aan je belangrijkste pagina’s en kijk je of je al goed scoort (bijvoorbeeld top 3 of top 10 in Google). Als dat niet zo is, ga je analyseren waar dat aan ligt.
Ook werd uitgelegd hoe je content moet optimaliseren. Belangrijk is dat je belangrijkste zoekwoord terugkomt in je hoofdtitel, en andere relevante zoekwoorden in subheadings. Daarnaast moet je ook letten op je titel en beschrijving in Google en interne links, zodat zowel gebruikers als Google je website beter begrijpen.
Verder hebben we tools gebruikt zoals SE Ranking en Chrome-extensies om dit te analyseren.
De belangrijkste takeaway is dat SEO niet alleen theorie is, maar vooral kijken, analyseren en verbeteren op basis van data en zoekgedrag van je doelgroep.

In dit college ging het over B2B-marketing en hoe dat verschilt van B2C. Het belangrijkste verschil is dat B2B veel rationeler is en dat er vaak meerdere mensen betrokken zijn bij een aankoop. Ook duren aankoopprocessen veel langer en draait het minder om emotie en branding, en meer om inhoud en waarde.
Daarna werd het B2B marketing vitality model uitgelegd. Dit model laat zien dat je altijd moet beginnen bij de basis: inzicht in je doelgroep en je positionering. Dus eerst begrijpen wie je klant is (buyer persona), wat hun behoeften zijn en hoe hun klantreis eruitziet. Daarna pas ga je campagnes en marketingactiviteiten opzetten. Als die basis niet klopt, werken je campagnes ook niet goed.
Een belangrijk onderdeel hierin is het maken van een buyer persona. Dat is eigenlijk een soort profiel van je ideale klant, waarin je kijkt naar dingen zoals leeftijd, functie, uitdagingen, gedrag en waar iemand informatie zoekt. Dit helpt om gerichter marketing te doen.
Ook kwam research marketing aan bod. Hierbij doe je onderzoek onder je doelgroep en gebruik je die inzichten om waardevolle content te maken, zoals rapporten of trends. Daarmee trek je potentiële klanten aan op basis van kennis in plaats van directe verkoop.
De belangrijkste takeaway is dat je in B2B altijd moet beginnen bij inzicht en strategie, en dat goede content en kennisdeling uiteindelijk zorgen voor betere leads.
Tijdens het gastcollege van Theo van der Zee ging het vooral over mobiele conversie en waarom die nog steeds achterblijft. We zitten gemiddeld zo’n 2 uur en 45 minuten per dag op onze telefoon, dus mobiel gebruik is echt belangrijk geworden. Toch kopen mensen vaak niet via mobiel, maar schakelen ze over naar hun laptop of desktop. Mobiel levert dus veel verkeer op, maar weinig conversie.
Theo noemde hiervoor de zogenaamde mobile roadblocks:
- Website niet mobielvriendelijk
Veel websites werken gewoon slecht op mobiel. Menu’s die niet werken, tekst die te klein is of knoppen die te dicht op elkaar staan. Dat is super frustrerend. - Laadsnelheid
Mensen verwachten dat een pagina binnen 1-2 seconden laadt, maar vaak duurt het 14 seconden. Te traag! Snelle websites zorgen ervoor dat mensen blijven hangen en eerder iets kopen.
Tips: afbeeldingen verkleinen, belangrijke content eerst laden, onnodige dingen weghalen. - Menu’s
Op mobiel moeten knoppen groot genoeg zijn zodat je er makkelijk op kunt tikken. Anders haken mensen meteen af. - Formulieren
Formulieren zijn vaak onduidelijk, met lichtgrijze tekst of vage foutmeldingen. Dat zorgt ervoor dat mensen stoppen met invullen. - Afbeeldingen
Te veel foto’s of carrousels vertragen je site. Je moet kiezen voor een goede balans tussen snelheid en kwaliteit.
In dit gastcollege werd uitgelegd hoe je videomarketing kunt inzetten om doelen te bereiken. Coolermedia maakt vooral video’s voor bedrijven om ingewikkelde producten of diensten op een duidelijke manier uit te leggen. Video is belangrijk omdat veel mensen liever kijken dan lezen en het helpt bij het maken van keuzes.
Er werd uitgelegd dat je videomarketing niet zomaar doet, maar dat er een strategie achter zit. Hiervoor gebruik je bijvoorbeeld het See Think Do Care model. Dit model laat zien in welke fase je doelgroep zit, van eerste kennismaking tot aankoop en daarna. Op basis daarvan bepaal je wat voor soort content je maakt.
Daarnaast kwam ook het 3H model aan bod. Hero content is voor veel bereik en aandacht, Hub content zorgt dat mensen betrokken blijven en Hygiene content is vooral informatief en altijd vindbaar. Door deze drie goed te combineren, krijg je een sterke contentstrategie.
Ook is het belangrijk om vooraf doelen, planning en budget vast te stellen, zodat je kunt meten of je campagne werkt.
Ik vond het een interessant college, vooral omdat het goed aansloot op onze opdrachten. Wat ik vooral heb geleerd is dat videomarketing niet alleen om het maken van video’s gaat, maar juist om de strategie erachter.